Cantatedienst

Hoewel de cantates van Johann Sebastian Bach de grootste bekendheid verwierven, is het genre al ouder. Van de cantates die Dietrich Buxtehude schreef, is maar een klein deel bewaard gebleven. Ze kenmerken zich door een levendige en expressieve weergave van de tekst en fantasierijke en virtuoze muzikale lijnen. Buxtehude werd in Denemarken geboren en was vanaf 1668 bijna veertig jaar verbonden aan de Marienkirche in Lübeck. Zijn muziek oefende een grote aantrekkingskracht uit op jongere tijdgenoten, onder wie Bach. Bach maakte in zijn jonge jaren een reis naar Lübeck om Buxtehude te horen en bleef maar liefst vier maanden weg.

Twee cantates van Buxtehude komen tot klinken in de cantatedienst op zondag 3 maart. Een van de cantates is geïnspireerd op een kerklied: ‘Erhalt uns, Herr, bei deinem Wort’ en de andere op een paar regels uit Psalm 118: ‘Der Herr ist mit mir’.

De uitvoering van de muziek ligt in handen van het Flevo Barok Consort onder leiding van Gert Jan Velders. Klaas Holwerda is liturg.

Cantatedienst

Geen cantatedienst in strikte zin deze keer. Wel een viering waarin vocale muziek als verkondiging fungeert. Het Flevo Barok Consort onder leiding van Gert Jan Velders voert drie motetten uit van Edward Elgar (1857-1934): Ave verum, Ave Maria en Ave Maris Stella. De serene lijnen geven de muziek een spiritueel karakter. Klaas Holwerda is liturg.

Elgar groeide op in een muzikaal gezin in de nabijheid van Worcester. Het landschap van de Malvern Hills in de Midlands van Engeland waar hij woonde, vormde mede een bron van inspiratie voor zijn composities. Hij bracht de Engelse klassieke muziek aan het einde van de negentiende eeuw op een hoger en internationaal niveau.

Cantatedienst

Hoewel de cantates van Bach de grootste bekendheid verwierven,  is het genre al ouder. Van de cantates die Dietrich Buxtehude (1637-1707) schreef voor de Marienkirche in Lübeck (waar hij vanaf 1668 werkzaam was) is maar een klein deel bewaard gebleven. Ze kenmerken zich door een levendige en expressieve weergave van de tekst en oefenden een grote aantrekkingskracht uit op jongere tijdgenoten, onder wie Bach.

Twee van deze cantates komen tot klinken in de cantatedienst, beide geïnspireerd op een kerklied: ‘Befiehl dem Engel, dass er komm’ en ‘Nun lasst uns Gott dem Herren’.

De uitvoering van de muziek ligt in handen van het Flevo Barok Consort onder leiding van Gert Jan Velders. Klaas Holwerda is liturg.

Cantatedienst

Bach schreef zijn Himmelfahrtsoratorium voor de hemelvaartsdag in 1735, een paar maanden na de voltooiing van zijn Weihnachtsoratorium. Imposante koren met een voor Bachs cantates maximale instrumentale bezetting omlijsten het werk. Het openingskoor is een stralend en overrompelend loflied en de koraalfantasie waarmee het oratorium afsluit een muzikaal hoogstandje met jazzy syncopen en een stuwende ritmiek. Tussen de hoekdelen doet de evangelist (tenor) het verhaal, afgewisseld met affectieve reacties die verdriet, vertrouwen en verlangen vertolken: in een basrecitatief laten twee fluiten de tranen over de wangen rollen; een sopraanaria daarentegen ademt door de instrumentatie zonder basinstrumenten een spirituele sfeer.

De uitvoering van de muziek ligt in handen van het Bach Ensemble Amsterdam onder leiding van Paulien Kostense. Medewerking verlenen Titia van Heyst (sopraan), Elsbeth Gerritsen (alt), Pablo Gregorian (tenor), Michiel Meijer (bas) en Klaas Holwerda (liturg).

Cantatedienst

‘Wachet! Betet! Betet! Wachet!’ – cantate 70 van Bach is een toegankelijke en uiterst expressieve cantate die je van de eerste tot de laatste noot meeneemt. Alle registers worden opengetrokken – sterke contrasten komen tot uitdrukking: vrees en hoop, dreiging en troost. Zoals in een revolutie de verwerkelijking van een droom zich paart aan een afrekening, zo luidt in de cantate het laatste oordeel het begin in van een nieuwe wereld.

Misschien wel vergelijkbaar met de worsteling van een mens om met zichzelf in het reine te komen: wie vindt vrede zonder een besef van laatste ernst? De tekst van het eveneens uit te voeren motet ‘Ich lasse dich nicht’ is dan ook ontleend aan het bijbelverhaal van de lange nachtelijke worsteling van Jakob: ik laat je niet gaan tenzij je me zegent!

Cantate 70 werd in deze vorm voor het eerst uitgevoerd op zondag 21 november 1723 in Leipzig. Bach bewerkte daarvoor een cantate die hij eerder voor het hof in Weimar schreef. Aan de zes bestaande delen voegde hij vier nieuwe toe. Het instrumentale ensemble voor deze cantate is niet groot, maar wel gevarieerd: strijkers, hout (hobo) en koper (de trompet als de bazuin van het laatste oordeel).

De uitvoering van de muziek ligt in handen van het Bach Ensemble Amsterdam onder leiding van Paulien Kostense. Medewerking verlenen Martha Bosch (sopraan), Karolina Hartman (alt), Steven van Gils (tenor), Michiel Meijer (bas) en Klaas Holwerda (liturg).

Cantatedienst

Adembenemende muziek waarin je water hoort stromen – fris, betoverend en liefelijk – zal in een cantatedienst op zondagmorgen 19 juni de ruimte van de Nassaukerk vullen. Het Bach Ensemble Amsterdam onder leiding van Paulien Kostense voert dan ‘Christ unser Herr zum Jordan kam’ uit, een cantate die Johann Sebastian Bach in 1724 schreef voor de gedenkdag van Johannes de Doper. Een monumentaal werk, geïnspireerd op het gelijknamige lied waarin de kerkhervormer Martin Luther zijn opvatting van de doop ontvouwt. Het is een van de eerste cantates uit de tweede jaargang na de aanstelling van Bach in Leipzig. Voor deze tweede jaargang koos Bach kerkliederen uit zijn tijd tot uitgangspunt.

Behalve de cantate klinken twee zeventiende eeuwse bewerkingen van Psalm 137: het dubbelkorige ‘An den Wassern zu Babel’ van Heinrich Schütz en het al even expressieve ‘An Wasserflüssen Babylon’ van Franz Tunder.

De solisten in deze cantatediesnt zijn Elsbeth Gerritsen (alt), Steven van Gils (tenor) en Michiel Meijer (bas). Klaas Holwerda vervult de rol van liturg in dit muzikaal morgengebed.

Cantatedienst

De passiemuziek van Johann Sebastian Bach blijft mensen binnen en buiten de kerk diep ontroeren. Op zondagmorgen 21 februari klinken delen uit de Johannes Passion in de Nassaukerk. Het magistrale en verontrustende openingskoor dat de hoorder vanaf de eerste noot pakt, meteen al de toon zet voor deze passie en het lijden van Jezus in het licht zet van zijn verheerlijking. Het centrale deel  waarin Jezus voor Pilatus staat en dat gekenmerkt wordt door ongelofelijk expressieve, dramatische en tumultueuze volkskoren. En tenslotte koralen die intiem en vol emotie de kruisiging en de graflegging beschouwen.

De uitvoering ligt in handen van het Bach Ensemble Amsterdam onder de bezielende leiding van Paulien Kostense. Michiel Meijer (bas), Paul van der Werf (kistorgel) en Klaas Holwerda (liturg) verlenen medewerking.

Binnen een jaar na zijn aanstelling tot Thomascantor in Leipzig voerde Bach op Goede Vrijdag 1724 voor het eerst zijn Johannes Passion uit. Het werk vormt het sluitstuk van een ontwikkeling in de loop van veertien eeuwen om het bijbelse passieverhaal gezongen te vertolken. Al in de vierde eeuw begon de priester in de Stille Week voorafgaand aan Pasen de passieverhalen op een eenvoudige toon zingend voor te dragen. Sinds de negende eeuw komen de versies van Matteüs, Markus, Lukas en Johannes alle vier aan bod op achtereenvolgens Palmzondag, dinsdag, woensdag en Goede Vrijdag. Vanaf de twaalfde eeuw zien we een rolverdeling: drie verschillende stemmen vertolken het verhaal van de evangelist, de woorden van Christus en de woorden van anderen (zoals Petrus, Pilatus en ook de menigten). Een volgende stap is de ontwikkeling van meerstemmigheid, eerst door de drie zangers en later door een apart koor. In de zestiende eeuw vervangt in de lutherse kerken de volkstaal het latijn en al snel daarna doen invloeden uit de Italiaanse opera hun intrede: het recitatief verhoogt de dramatische kracht van de tekst, instrumentale begeleiding wordt toegevoegd en het passieverhaal wordt onderbroken door aria’s op vrije poëzie. In het Leipzig van Bach was een concertante uitvoering van de passie naar Johannes sinds 1721 gewoonte in de vespers op Goede Vrijdag.

Cantatedienst

Twee concerto’s van Antonio Vivaldi en het Credo uit de Hohe Messe van Johann Sebastian Bach zullen zondagmorgen 7 juni klinken in de Nassaukerk. Het wordt een bijzondere muzikale en spirituele ervaring.

De Hohe Messe is het laatste werk dat Bach schreef voor zijn dood in 1750. Er was geen directe aanleiding voor het schrijven van deze compositie. De Hohe Messe omvat veel herbewerkingen van eerdere composities en het oogmerk van Bach lijkt het bieden van een staalkaart van 150 jaar vocale kerkmuziek, reikend van de late renaissance via hoog-barok tot de galante stijl. Dat geldt in het bijzonder van het negendelige en symmetrisch aangelegde Credo: het onbetwiste hoogtepunt van de Hohe Messe. Bach zelf heeft dit laatste werk nooit uitgevoerd. De eerste volledige uitvoering vond pas in 1859 plaats, lang nadat het werk was uitgeroepen tot het grootste muzikale kunstwerk van alle tijden en volken.

Het Bach Ensemble Amsterdam onder de bezielende leiding van Paulien Kostense zal de muziek uitvoeren met medewerking van Titia van Heyst (sopraan), Elsbeth Gerritsen (alt), Michiel Meijer (bas) en Klaas Holwerda (liturg).

Cantatedienst

De laatste twee cantates uit het Weihnachtsoratorium van Bach staan centraal in de cantatedienst op zondag 4 januari. Deze cantates zijn geïnspireerd op het bijbelverhaal van de koningen die het kind Jezus komen aanbidden en de vlucht van Jozef en Maria met het kind Jezus naar Egypte (Matteüs 2). De cantates werden voor het eerst uitgevoerd op 2 en 6 januari 1735 in Leipzig. Een muzikaal morgengebed op de eerste zondag van het nieuwe jaar.

Het Bach Ensemble Amsterdam voert de cantates uit. Dit nog jonge ensemble, samengesteld uit amateurmusici van hoog niveau, staat onder de bezielende leiding van Paulien Kostense en stelt zich ten doel de muziek van Bach op authentieke wijze uit te voeren, maar wel op moderne instrumenten. De solisten zijn Titia van Heyst (sopraan) en Michiel Meijer (bas). Klaas Holwerda is liturg.

Cantatedienst

Muziek van Bach en Mendelssohn staat centraal in de cantatedienst op zondag 21 september. Van Johann Sebastian Bach klinkt de uiterst expressieve liedcantate ‘Jesu der du meine Seele’ en van Felix Mendelssohn Bartholdy het welluidende ‘Verleih uns Frieden gnädiglich’. De muziek van deze werken brengt ons in een ander, religieus bewustzijn. Zo openen we de vredesweek met een muzikaal morgengebed voor vrede.

Bach schreef zijn cantate voor zondag 10 september 1724 in de Thomaskirche te Leipzig waaraan hij als cantor verbonden was. De compositie van Mendelssohn ontstond tijdens zijn Grande Tour door Europa in 1831 in Itallie, in dezelfde tijd als zijn Italiaanse Symfonie. De veel oudere tekst van Martin Luther (1533) is een gebed om vrede. Boven militaire, politieke of sociale vrede uit gaat het om de innerlijke vrede die een mens alleen ‘gnädiglich’ geschonken kan worden. De muziek roept deze gelukzalige stemming op.

Het Bach Ensemble Amsterdam voert deze werken uit. Dit nog jonge ensemble, samengesteld uit amateurmusici van hoog niveau, staat onder de bezielende leiding van Paulien Kostense. Als solisten werken mee: Sebastian Brouwer (tenor) en Michiel Meijer (bas). Klaas Holwerda is liturg.