Evensong

Naast cantatediensten genieten ook choral evensongs in ons land een groeiende belangstelling. Engeland is de bakermat van deze traditie: in de kathedralen daar wordt de evensong zelfs dagelijks gezongen. De evensong is een vrijwel geheel gezongen avondgebed in Anglicaanse koorstijl en met een vaste karakteristieke opbouw: responsies, vierstemmig gedeclameerde psalmen, toonzettingen van de lofzangen van Maria en Simeon en niet te vergeten de typisch Engelse hymns met aan het slot een bovenstem voor de hoge sopranen die de aanwezigen kippenvel bezorgt. Kortom een uur schoonheid, verstilling en gebed.

Het Vocaal Theologen Ensemble onder leiding van Hanna Rijken verzorgt deze choral evensong in de Nassaukerk. Sebastiaan ’t Hart bespeelt het pas gerestaureerde orgel en wijkpredikant Klaas Holwerda is liturg.

Cantatedienst

Bach schreef zijn Himmelfahrtsoratorium voor de hemelvaartsdag in 1735, een paar maanden na de voltooiing van zijn Weihnachtsoratorium. Imposante koren met een voor Bachs cantates maximale instrumentale bezetting omlijsten het werk. Het openingskoor is een stralend en overrompelend loflied en de koraalfantasie waarmee het oratorium afsluit een muzikaal hoogstandje met jazzy syncopen en een stuwende ritmiek. Tussen de hoekdelen doet de evangelist (tenor) het verhaal, afgewisseld met affectieve reacties die verdriet, vertrouwen en verlangen vertolken: in een basrecitatief laten twee fluiten de tranen over de wangen rollen; een sopraanaria daarentegen ademt door de instrumentatie zonder basinstrumenten een spirituele sfeer.

De uitvoering van de muziek ligt in handen van het Bach Ensemble Amsterdam onder leiding van Paulien Kostense. Medewerking verlenen Titia van Heyst (sopraan), Elsbeth Gerritsen (alt), Pablo Gregorian (tenor), Michiel Meijer (bas) en Klaas Holwerda (liturg).

De geboorte van de mens (kunstvesper)

Zondag 11 december vieren we het eerste lustrum van onze kunstvespers. Het thema is: de geboorte van de mens. Dat is ook de titel van het tweeluik dat Douwe Idema speciaal voor de Nassaukerk schilderde. Het ademt een bijna mystieke sfeer, evenals de vroege meerstemmige muziek uitgevoerd door Ensemble Stella Matutina.

Douwe Idema is steeds op zoek naar een ook voor anderen herkenbare vorm voor de waargenomen en doorleefde werkelijkheid. Een vorm die de beleving van de enkeling overstijgt. Na dertig jaar abstract te hebben geschilderd, verschijnen de laatste jaren ook mensfiguren in zijn werk.

Herkennen we in de gestalten op zijn tweeluik klassieke religieuze identificatiefiguren als Maria en het Christuskind, zo nadrukkelijk bezongen in de oude gregoriaanse en byzantijnse zangen die zullen klinken? Of roept het ontbreken van de eenduidigheid van de klassieke kerkelijke teksten juist vragen en spanning op? Zijn de doeken en de gestalten daarop eerder een neerslag van de actuele spanning tussen de werkelijkheid zoals we die wensen of verwachten en de werkelijkheid zoals die zich aan ons voordoet, tussen de mensen die wij zo vaak zijn en de mens die nog in ons geboren wil worden?

Cantatedienst

‘Wachet! Betet! Betet! Wachet!’ – cantate 70 van Bach is een toegankelijke en uiterst expressieve cantate die je van de eerste tot de laatste noot meeneemt. Alle registers worden opengetrokken – sterke contrasten komen tot uitdrukking: vrees en hoop, dreiging en troost. Zoals in een revolutie de verwerkelijking van een droom zich paart aan een afrekening, zo luidt in de cantate het laatste oordeel het begin in van een nieuwe wereld.

Misschien wel vergelijkbaar met de worsteling van een mens om met zichzelf in het reine te komen: wie vindt vrede zonder een besef van laatste ernst? De tekst van het eveneens uit te voeren motet ‘Ich lasse dich nicht’ is dan ook ontleend aan het bijbelverhaal van de lange nachtelijke worsteling van Jakob: ik laat je niet gaan tenzij je me zegent!

Cantate 70 werd in deze vorm voor het eerst uitgevoerd op zondag 21 november 1723 in Leipzig. Bach bewerkte daarvoor een cantate die hij eerder voor het hof in Weimar schreef. Aan de zes bestaande delen voegde hij vier nieuwe toe. Het instrumentale ensemble voor deze cantate is niet groot, maar wel gevarieerd: strijkers, hout (hobo) en koper (de trompet als de bazuin van het laatste oordeel).

De uitvoering van de muziek ligt in handen van het Bach Ensemble Amsterdam onder leiding van Paulien Kostense. Medewerking verlenen Martha Bosch (sopraan), Karolina Hartman (alt), Steven van Gils (tenor), Michiel Meijer (bas) en Klaas Holwerda (liturg).

Cantatedienst

Adembenemende muziek waarin je water hoort stromen – fris, betoverend en liefelijk – zal in een cantatedienst op zondagmorgen 19 juni de ruimte van de Nassaukerk vullen. Het Bach Ensemble Amsterdam onder leiding van Paulien Kostense voert dan ‘Christ unser Herr zum Jordan kam’ uit, een cantate die Johann Sebastian Bach in 1724 schreef voor de gedenkdag van Johannes de Doper. Een monumentaal werk, geïnspireerd op het gelijknamige lied waarin de kerkhervormer Martin Luther zijn opvatting van de doop ontvouwt. Het is een van de eerste cantates uit de tweede jaargang na de aanstelling van Bach in Leipzig. Voor deze tweede jaargang koos Bach kerkliederen uit zijn tijd tot uitgangspunt.

Behalve de cantate klinken twee zeventiende eeuwse bewerkingen van Psalm 137: het dubbelkorige ‘An den Wassern zu Babel’ van Heinrich Schütz en het al even expressieve ‘An Wasserflüssen Babylon’ van Franz Tunder.

De solisten in deze cantatediesnt zijn Elsbeth Gerritsen (alt), Steven van Gils (tenor) en Michiel Meijer (bas). Klaas Holwerda vervult de rol van liturg in dit muzikaal morgengebed.

Cantatedienst

De passiemuziek van Johann Sebastian Bach blijft mensen binnen en buiten de kerk diep ontroeren. Op zondagmorgen 21 februari klinken delen uit de Johannes Passion in de Nassaukerk. Het magistrale en verontrustende openingskoor dat de hoorder vanaf de eerste noot pakt, meteen al de toon zet voor deze passie en het lijden van Jezus in het licht zet van zijn verheerlijking. Het centrale deel  waarin Jezus voor Pilatus staat en dat gekenmerkt wordt door ongelofelijk expressieve, dramatische en tumultueuze volkskoren. En tenslotte koralen die intiem en vol emotie de kruisiging en de graflegging beschouwen.

De uitvoering ligt in handen van het Bach Ensemble Amsterdam onder de bezielende leiding van Paulien Kostense. Michiel Meijer (bas), Paul van der Werf (kistorgel) en Klaas Holwerda (liturg) verlenen medewerking.

Binnen een jaar na zijn aanstelling tot Thomascantor in Leipzig voerde Bach op Goede Vrijdag 1724 voor het eerst zijn Johannes Passion uit. Het werk vormt het sluitstuk van een ontwikkeling in de loop van veertien eeuwen om het bijbelse passieverhaal gezongen te vertolken. Al in de vierde eeuw begon de priester in de Stille Week voorafgaand aan Pasen de passieverhalen op een eenvoudige toon zingend voor te dragen. Sinds de negende eeuw komen de versies van Matteüs, Markus, Lukas en Johannes alle vier aan bod op achtereenvolgens Palmzondag, dinsdag, woensdag en Goede Vrijdag. Vanaf de twaalfde eeuw zien we een rolverdeling: drie verschillende stemmen vertolken het verhaal van de evangelist, de woorden van Christus en de woorden van anderen (zoals Petrus, Pilatus en ook de menigten). Een volgende stap is de ontwikkeling van meerstemmigheid, eerst door de drie zangers en later door een apart koor. In de zestiende eeuw vervangt in de lutherse kerken de volkstaal het latijn en al snel daarna doen invloeden uit de Italiaanse opera hun intrede: het recitatief verhoogt de dramatische kracht van de tekst, instrumentale begeleiding wordt toegevoegd en het passieverhaal wordt onderbroken door aria’s op vrije poëzie. In het Leipzig van Bach was een concertante uitvoering van de passie naar Johannes sinds 1721 gewoonte in de vespers op Goede Vrijdag.

Cantatedienst

De laatste twee cantates uit het Weihnachtsoratorium van Bach staan centraal in de cantatedienst op zondag 4 januari. Deze cantates zijn geïnspireerd op het bijbelverhaal van de koningen die het kind Jezus komen aanbidden en de vlucht van Jozef en Maria met het kind Jezus naar Egypte (Matteüs 2). De cantates werden voor het eerst uitgevoerd op 2 en 6 januari 1735 in Leipzig. Een muzikaal morgengebed op de eerste zondag van het nieuwe jaar.

Het Bach Ensemble Amsterdam voert de cantates uit. Dit nog jonge ensemble, samengesteld uit amateurmusici van hoog niveau, staat onder de bezielende leiding van Paulien Kostense en stelt zich ten doel de muziek van Bach op authentieke wijze uit te voeren, maar wel op moderne instrumenten. De solisten zijn Titia van Heyst (sopraan) en Michiel Meijer (bas). Klaas Holwerda is liturg.

Cantatedienst

Muziek van Bach en Mendelssohn staat centraal in de cantatedienst op zondag 21 september. Van Johann Sebastian Bach klinkt de uiterst expressieve liedcantate ‘Jesu der du meine Seele’ en van Felix Mendelssohn Bartholdy het welluidende ‘Verleih uns Frieden gnädiglich’. De muziek van deze werken brengt ons in een ander, religieus bewustzijn. Zo openen we de vredesweek met een muzikaal morgengebed voor vrede.

Bach schreef zijn cantate voor zondag 10 september 1724 in de Thomaskirche te Leipzig waaraan hij als cantor verbonden was. De compositie van Mendelssohn ontstond tijdens zijn Grande Tour door Europa in 1831 in Itallie, in dezelfde tijd als zijn Italiaanse Symfonie. De veel oudere tekst van Martin Luther (1533) is een gebed om vrede. Boven militaire, politieke of sociale vrede uit gaat het om de innerlijke vrede die een mens alleen ‘gnädiglich’ geschonken kan worden. De muziek roept deze gelukzalige stemming op.

Het Bach Ensemble Amsterdam voert deze werken uit. Dit nog jonge ensemble, samengesteld uit amateurmusici van hoog niveau, staat onder de bezielende leiding van Paulien Kostense. Als solisten werken mee: Sebastian Brouwer (tenor) en Michiel Meijer (bas). Klaas Holwerda is liturg.

Cantatedienst

Met maar liefst twee cantates belooft de cantatedienst op zondag 18 mei een uur vol muziek te worden.

De cantate ‘Wir müssen durch viel Trübsal’ schreef Bach voor een van de zondagen na Pasen. Na een instrumentaal voorspel (sinfonia) met een solistische rol voor het orgel volgen de gezongen delen, geïnspireerd op woorden van Jezus: dat zijn volgelingen veel moeite wacht die evenwel plaats zal maken voor vreugde (Johannes 16,16-24). Vier solisten zijn er nodig voor deze ongebruikelijk lange cantate met ook opvallende rollen voor verschillende instrumenten.

De tweede cantate is van Buxtehude: Jesu meines Lebens Leben. Een lied met hetzelfde motief: het bezingt de kruisweg die Jezus zelf geduldig afliep om bevrijding en opstanding te vinden. Na een ditmaal korte instrumentale inleiding klinken de strofen van het lied tegen een steeds terugkerend instrumentaal motief.

Deze werken worden uitgevoerd door het Bach Ensemble Amsterdam. Dit nog jonge ensemble, samengesteld uit amateurmusici van hoog niveau, staat onder de bezielende leiding van Paulien Kostense. Als solisten werken mee: Titia van Heyst (sopraan), Andrew Hallock (altus), Falco van Loon (tenor) en Michiel Meijer (bas). Klaas Holwerda is liturg.

Cantatedienst

De cantates van Bach zijn niet voor de concertzaal geschreven, maar voor de eredienst. Daar komen ze ook een slordige drie eeuwen later nog altijd het beste tot hun recht.

Op zondagmorgen 9 februari klinkt de cantate ‘Nimm was dein ist und gehe hin’ – door Bach geschreven voor zondag 6 februari 1724 (BWV 144). Het zijn de woorden van de wijngaardenier tot de verongelijkte werkers van het eerste uur die moeten toezien hoe de werkers van het elfde uur hetzelfde loon ontvangen (de gelijkenis van Jezus staat te lezen in Matteüs 20,1-16). Een preek in muziek, vol symboliek en tekstuitbeelding. Een oproep tot soberheid en tevredenheid.

Er zal nog meer muziek klinken deze morgen. De viering wordt ingeluid en uitgeluid met delen uit het Brandenburgs Concert nr. 4, ook van Bach en tussen de schriftlezingen horen we een werk van Dietrich Buxtehude: ‘Der Herr ist mit mir’ – de tekst is ontleend aan Psalm 118.

Het nog jonge Bach Ensemble Amsterdam is samengesteld uit amateurmusici van hoog niveau en staat onder leiding van Paulien Kostense en vocal coach Michiel Meijer. Het stelt zich ten doel de muziek van Bach op authentieke wijze uit te voeren, maar wel op moderne instrumenten. De solisten zijn Susan Jonkers (sopraan), Leonie van Rheden (alt) en Robert Buckland (tenor). Klaas Holwerda is liturg.